Weet jij het nog?
Wanneer las je voor het laatst een boek las?
Niet omdat je er slimmer van moest worden. Niet omdat het nuttig was voor je werk. Gewoon, voor je plezier. Een boek waarin je volledig verdween.
Ik besefte het laatst opeens: de enige boeken die ik nog las, waren non-fictieboeken. Zelfontwikkeling, biografieën en managementboeken. Zolang ik er maar een stukje slimmer van werd.
Maar mijn laatste fictieboek? Dat voelde als iets uit een vorig leven. Want als ik aan fictie denk, gaan mijn gedachten direct terug naar mijn jeugd.
De magie van een boek. Ik ben haar onderweg ergens kwijtgeraakt. En mijn gok is dat jij hetzelfde ervaart.
Want bijna iedereen aan wie ik vraag of die nog weleens leest, geeft hetzelfde antwoord:
“Nee, ik lees al jaren niet meer.”
Wat is hier gebeurd? Waarom zijn we massaal gestopt met lezen?
En waarom is het belangrijk dat we weer starten met boeken lezen? (en hoe doe je dat dan?)
Ik kan alvast verklappen dat het mij laatst is gelukt. Voor het eerst in meer dan vijftien jaar las ik een volledig fictieboek.
Ik schrijf dit daarom als een motivatiebrief. Voor jou. Maar eerlijk gezegd ook voor mijzelf.
Want één ding weet ik nu zeker: dit wil ik niet meer kwijtraken.
Waarom een boek lezen zo lastig is
We zijn iets verloren.
Het vermogen om lang genoeg bij één ding te blijven om er volledig in op te gaan. En dat is niet gek. Want we hebben als mens de perfecte persoonlijke entertainmentmachine gecreëerd:
De smartphone.
Sindsdien wordt ieder leeg moment gevuld met ultiem vermaak.
De wachtkamer. De trein. Het toilet. ’s Avonds in bed. Precies de momenten waarop we vroeger een boek pakten.
Een boek vraagt iets wat je telefoon nooit van je vraagt: je volledige aandacht bij één verhaal. Driehonderd pagina’s.
De beloning komt soms pas na tientallen pagina’s. Op je telefoon komt er iedere paar seconden een nieuwe kans op vermaak voorbij.
Lezen voelt daardoor niet langer als ontspanning, maar als een gevecht. Een gevecht tegen technologiebedrijven die ons brein perfect weten te bespelen.
En met de frictie van driehonderd pagina’s tegenover het gemak van één swipe, is dat gevecht niet te winnen.
Het boek verliest. Iedere keer weer.
De non-fictieboeken hielden het bij mij nog wel vol. Die hadden namelijk een ander doel. Ze hoefden mij niet direct te vermaken, zolang ze mij maar iets leerden. Dat mocht wel een beetje pijn doen.
Maar ook dat is de laatste tijd veranderd. Steeds vaker laat ik ze links liggen. De non-fictieschrijver Tim Ferriss schreef hier laatst ook over. Zijn boekverkopen waren altijd stabiel, maar zijn sinds 2022 met ruim tachtig procent gedaald. Zijn verklaring Artificial Intelligence.
En dat herken ik bij mijzelf. Waar ik vroeger uren moest lezen om een idee te doorgronden, legt kunstmatige intelligentie het mij binnen enkele seconden uit.
Waarom zou je überhaupt nog driehonderd pagina’s lezen?
Waarom een boek lezen belangrijk is
Op het eerste gezicht lijkt er weinig aan de hand. We hebben sneller vermaak en sneller toegang tot kennis dan ooit. Via social media en AI krijgen we vrijwel direct wat we zoeken.
Wie wil dat nou niet?
Maar waarschijnlijk herken je ook de andere kant. Tijdens het scrollen voel je het vermaak. Maar erna blijft een leegte achter. Het gewone leven wordt saai. En je aandacht vasthouden wordt steeds lastiger.
Ik weet dat de vergelijking heftig is, maar ik kan bijna niet anders dan aan drugs denken.
Niet omdat een smartphone letterlijk een drug is. Wel omdat hij zich gedraagt als een dealer van kleine beloningen: altijd beschikbaar, persoonlijk op jou afgestemd en voortdurend op zoek naar het volgende moment waarop je toegeeft.
Een smartphone maakt gebruik van je behoefte aan directe beloning. En laat je leeg achter. Een boek traint je om erop te wachten. En geeft je voldoening.
De telefoon geeft je de beloning vrijwel zonder inspanning. Voor een boek moet je eerst moeite doen. Het ontvouwt zich in een tempo dat meer lijkt op het echte leven.
Langzaam.
En de beloning? Die komt pas na de moeite.
Bij fictie moet jouw hoofd bovendien zelf aan het werk. De schrijver geeft je de woorden, maar jij moet de wereld bouwen. Geen scherm dat alles voor je invult.
Misschien blijft een goed verhaal daarom nog weken in je hoofd hangen, terwijl je je na een avond scrollen nauwelijks één specifieke video kunt herinneren.
En dit geldt niet alleen voor vermaak. Ook bij non-fictie gebeurt iets vergelijkbaars. AI geeft je binnen enkele seconden een antwoord. Een boek laat je driehonderd pagina’s worstelen met één idee.
En juist door dat worstelen kan het idee onderdeel worden van je denken en handelen.
Een samenvatting ben je morgen alweer vergeten. Een goed boek kan de manier waarop je naar de wereld kijkt blijvend veranderen.
Die frictie waardoor een boek het gevecht verliest? Dat is precies waar de waarde zit.
Hoe ik na vijftien jaar weer een fictieboek las
Mijn eerste fictieboek in meer dan vijftien jaar las ik tijdens mijn afgelopen vakantie.
De omstandigheden waren perfect: geen agenda, geen laptop en een hoofd in de laagste versnelling. Ik had mij daarom voorgenomen dat dit het moment moest worden. Nu, of nooit meer.
Op Schiphol zou ik een boek kopen. Een écht fictieboek. Geen boek waar ik iets van kon leren. En wanneer ik terugkwam op Schiphol, moest het uit zijn.
Het werd de nieuwste Herman Koch. Nog nooit iets van de beste man gelezen, maar wel altijd goede dingen over hem gehoord.
Fictie. En Nederlands, dus zelfs mijn Engels kon er niet beter van worden. Nul rendement. Perfect.
Toen kwam het lastige gedeelte. Want juist op vakantie heb je alle tijd om eindeloos op je telefoon te scrollen.
Toch zette ik door. Ik sprak met mijzelf af dat ik pas mocht bepalen of het boek de moeite waard was wanneer ik het had uitgelezen.
De eerste pagina’s waren ongemakkelijk. Ik was onrustig. Mijn hand zocht steeds naar iets wat er niet lag. Sommige pagina’s moest ik opnieuw lezen, omdat mijn gedachten halverwege alweer ergens anders waren.
Precies het punt waarop ik de afgelopen jaren telkens opgaf. Nu niet. Ik bleef zitten. En ergens na een halfuur kantelde er iets.
De volgende keer dat ik opkeek, was ik een uur verder. ’s Avonds aan tafel dacht ik aan de personages. Ik wilde weten hoe het verderging. Ik wilde terug naar mijn boek.
Het gevoel dat ik kende uit mijn jeugd was er weer. Drie dagen later was het boek uit. En in plaats van een leegte voelde het als een aanvulling.
Het boek had mij niet slimmer gemaakt. Maar het had mijn leven die drie dagen wel rijker gemaakt.
Hoe je weer begint
Wil jij dit ook? Mijn recept is simpel. De uitvoering iets minder:
Leg je telefoon echt weg. Zet alle meldingen uit en leg ‘m weg.
Wees blij als het pijn doet. Verwacht dat het begin taai is. Daar zit juist de winst. Geef het een serieuze kans en stop niet eerder dan 50 pagina’s.
Leg het boek binnen handbereik. Maak het zo makkelijk mogelijk om het te pakken tijdens een leeg moment. Nog voordat je hand automatisch naar je telefoon gaat.
Ik denk nog steeds aan het boek. Weken later. Precies zoals vroeger.
Het was het meest nutteloze wat ik tijdens mijn vakantie heb gedaan. En tegelijk misschien wel het waardevolste.
Nu schrijf ik dit, terug in het volle werkende leven. Als motivatiebrief voor mijzelf om weer een boek te pakken.
Heb jij nog een tip voor een goed fictieboek?


Het is een vraag die mij ook bezighoudt: waarom lukte dit vroeger zo veel makkelijker? In ieder geval fijn dat dit een breder “probleem” is. Ik zal de tips zeker ter harte nemen.
Ik lees sinds eind 2024 / begin 2025 geen non-fictie meer. Heerlijk! En weet je wat me nog het meest verbaasd heeft? Dat door het lezen van fictie ik heel veel zelfhulp en inspiratie heb opgedaan, geleerd heb over maatschappelijke problemen, nu meer begrip heb ten aanzien van historische gebeurtenissen en van meerdere standpunten uit de geschiedenis en het heden kan bekijken!
En naast dat alles, geeft het me gewoon even een momentje voor mezelf; even tot rust komen en een andere wereld in duiken. Me laten raken en soms zelfs huilen.
Therapie in zijn puurste vorm.
Ik bedoel, waarom zag ik dit niet eerder!